© 2007 VZW DO WELL, alle rechten voorbehouden

Oetje Wauters & Johnny Joris van vzw Do Well helpen hulpbehoevende kinderen in Myanmar “Het verschil maken voor die kinderen, dat geeft ons zoveel voldoening”

January 7, 2018

 

Oetje Wauters en Johnny Joris uit Hasselt zijn de drijvende krachten achter vzw Do Well, een organisatie die hulpbehoevende kinderen in Myanmar uit de ergste nood probeert te helpen.

“Ons werk is nooit gedaan”, zeggen Oetje en Johnny.
“We zullen ons dan ook zo lang mogelijk blijven inzetten. Het allerbelangrijkste is een goede opleiding voor die kinderen, want dat is de sleutel tot betere toekomstperspectieven.”
Tientallen jaren geleden al, lang voor er sprake was van de vzw Do Well, doneerden Oetje Wauters en Johnny Joris aan Artsen zonder Grenzen en Foster Parents. Ze organiseerden door de jaren heen ook benefietavonden als Hasselt Blues Night, steunden initiatieven als Rock Bujumbura en in Burkina Faso openden ze een kapsalon dat genoeg inkomsten genereert om enkele lokale families in hun basisbehoeften te voorzien. “Toch voelden we nog een leegte”, vertelt Johnny Joris. “Er moest méér mogelijk zijn. Bovendien waren we niet rechtstreeks verbonden met de hulporganisaties, op die manier konden we niet met eigen ogen zien wat het effect was van onze inspanningen. Maar toen we in 2008 onze eerste reis naar het toenmalige Birma – nu Myanmar – ondernamen, veranderde voor ons alles.”

Leven op vuilnisbelten
 

Johnny en Oetje waren een jaar eerder onder de indruk geraakt van het verhaal van Rik Berger, die in Myanmar een waterput had laten graven voor een dorpje dat zonder water zat. “We beseften dat ook wij zulke initiatieven konden ondernemen”, zegt Oetje, “en het paste binnen ons budget. Dus twijfelden we niet en we vertrokken naar het Oosten, waar we vervolgens van de ene verbazing in de andere vielen. Enerzijds was er de overweldigende schoonheid en de hartelijkheid van de plaatselijke bevolking, maar we waren ook geschokt door de armoede die we er aantroffen, en ook door het gebrek aan hygiëne en medicatie.”�“We konden er met ons verstand niet bij”, vult Johnny aan. “Hoe kon het anno 2008 mogelijk zijn dat mensen in zulke omstandigheden moesten leven, terwijl wij het zo goed hadden? De locals leefden er op vuilnisbelten, sliepen er onder plastic zeilen, de auto’s die we er zagen hingen met ijzerdraad aan mekaar... Met andere woorden: er was nog veel werk aan de winkel, dus staken we de handen uit de mouwen. Om te beginnen in het Myanmarese dorpje .

Het meisje met de slurf“
 

De dag van de officiële opening van onze waterput stond het hele dorp in lange rijen aan beide kanten van de weg ons te verwelkomen”, aldus Johnny. “Alle kinderen van het dorp stonden met fonkelende oogjes naar ons – die vreemdelingen – te staren. ‘Eindelijk drinkbaar water in ons dorp’, zagen we ze denken. ‘Gedaan met vier kilometer lopen met een waterkruik op ons hoofd.’ Want dat was de taak van de vrouwen en kinderen van het dorp. Na de feestelijke opening werden we door de burgemeester rondgeleid. We maakten er kennis met een meisje van negen jaar: ze had een soort slurfje net boven de neus, tussen de ogen. Het slurfje groeide mee naargelang ze ouder werd. Het kind werd verstoten door het dorp – dit omdat er veel bijgeloof mee gemoeid ging – en mocht niet naar school.”
 

Bij hun thuiskomst gingen Oetje en Johnny meteen rondbellen om een oplossing te zoeken voor het meisje. Al snel bleek dat ze van de overheidsinstanties van Birma geen toestemming kregen om het kind in België te laten opereren, dus moest het ter plaatse gebeuren. Oetje en Johnny, die in Hasselt de muziekinstrumenten JnR Music Center runnen, vertelden het verhaal aan een klant, Marc Veldeman, een man met een groot hart. “Hij wilde ons meteen steunen”, aldus Johnny, “en schonk ons een collectie van duizend vinylplaten, die we mochten verkopen. Met de opbrengst konden we de volledige operatie van het meisje betalen en haar letterlijk een nieuw gezicht en een nieuwe toekomst schenken. Dit nieuws verspreidde zich in het Birmaanse dorpje en omstreken als een lopend vuurtje, en tientallen ouders zochten contact met ons omdat ook hun kinderen chirurgische ingrepen nodig hadden. We vonden er een plaatselijke chirurg, Dr. Thun, die zijn vrije zaterdagen opofferde om ons te helpen. In totaal hebben we driehonderdvijftig kinderen verlost van tumoren, hazenlipjes en andere vergroeiingen.” Dit was het startschot voor de vzw Do Well. De naam verwijst naar het eerste project van Oetje en Johnny: de waterput (the well). Do well betekent zoveel als: iets goed doen voor de medemens. En dat deden Oetje en Johnny: ook in het dorpje Amswe, gelegen in de Chin State in Myanmar, voorzagen ze de meer dan tweeduizend inwoners van zuiver drinkwater. Johnny: “Het was mooi om te zien hoe het hele dorp meewerkte aan de waterput en de aanleg van de pijpleidingen vanuit de bergen naar het dorp.”

Inspirerende verhalen .
 

Do Well ondersteunt ook de werking van twee weeshuizen in de buurt van het Myanmarese Bago. Eén daarvan – waar dertig jongens en meisjes tussen vier en achttien jaar wonen – wordt geleid door Franciscaanse nonnen. Ze zorgen ervoor dat de kinderen de juiste opleiding krijgen en dat lukt mede door de financiële inspanningen van Do Well, waardoor er twee extra leerkrachten kunnen worden ingezet. En er is ruimte voor extra lesuren Engels en Wetenschap, die zijn in de eerste graag nodig om de eindexamens te halen en te kunnen doorstuderen. 
“We hebben ook nog geïnvesteerd in stapelbedden, kasten, waterreservoirs, extra lespakketten en computers”, vertelt Johnny. “Ook kochten we een groot tv-toestel en een dvd-speler met educatie-dvd's. We hebben overigens meerdere weeshuizen voorzien van wereldbollen en geplastificeerde educatieposters voor de biologie- en aardrijkskundelessen. En elke slaapzaal heeft nu een portable cd-speler met klassieke muziek – Bach, Mozart, Beethoven… – maar ook traditionele Birmese muziek waarmee de kinderen ’s ochtends wakker worden.”

De inspirerende verhalen van Johnny en Oetje blijven komen.
 

Zo kochten ze een taxifiets, een riksja, voor een jongen die op een vuilnisbelt woonde. Dankzij deze investering kan hij in zijn eigen onderhoud voorzien. Voordien moest hij een fiets huren, maar dat was zo duur dat hij maar één keer per dag kon eten. Sinds hij zijn eigen fiets heeft, kon hij wat sparen en ging hij ’s avonds Japans studeren. Ondertussen werkt hij als taxichauffeur in Japan, waar hij een gezin heeft. “We bezorgden enkele muzikanten een bespeelbare gitaar”, vertelt Johnny, voor wie gitaren geen geheimen meer hebben. “In Singapore lieten we met succes een hersentumor verwijderen bij een studente, we financierden de jaarlijkse huur van een weeshuis dat in financiële problemen zat. Dat weeshuis – een bouwvallig houten pand op een vuilnisbelt – wordt gerund door één boeddhistische non en twee vrijwilligers, en biedt onderdak aan honderdzeventig meisjes. Het ligt in het midden van de stad, dus zonder omliggende landbouwgronden waar ze zelf hun groenten kunnen kweken. We merkten dat de kinderen zeer angstig en schuchter waren. Later kwamen we te weten waarom: de kinderen kwamen uit het noorden, waar er onrust en oorlog heerst. Veel van deze kinderen waren dus getraumatiseerd.”
 

Welke initiatieven hebben jullie voor die kinderen ondernomen?
Oetje: “Om te beginnen hebben we gezorgd voor een reservoir met drinkbaar water, dat was hoognodig. Later hebben we al het vuilnis, waarop het weeshuis gevestigd was, laten wegnemen.”
Johnny: “En een vriend van ons, apotheker Jean-Louis Jorissen, sponsorde de medicatie voor alle kinderen, want ze bleken schurft te hebben. Ook voorzagen we grote koperen ketels om de kleding van de kinderen in te koken. Zo kregen we de schurft uiteindelijk onder controle. Later bleek dat de nieuwe weeskinderen die opgenomen werden in het weeshuis verscheidene huidziekten meebrachten, en hebben we het hele proces moeten herhalen.”

 

Het weeshuis heeft geen moestuin. Hoe komen de kinderen dan aan eten?

Oetje: “Aanvankelijk al bedelend. Maar we hebben onmiddellijk geprobeerd daar een eind aan te maken door hen bonen, rijst, look en ajuin voor zes maanden te voorzien. Als ze niet moeten bedelen, komt er tijd vrij om andere dingen te doen, en zo ontstaan er weer opportuniteiten, zoals educatie. We zijn er in geslaagd om met ons budget vier leerkrachten in dienst te nemen voor dit weeshuis, zodat de kinderen goed onderricht krijgen. Onderricht in de Engelse taal wordt erg belangrijk in de toekomst, daar Myanmar zich snel aan het ontwikkelen is na de politieke ‘opening’ die het land nu kent.”
Johhny: “We proberen voor zoveel mogelijk weeshuizen te voorzien in lesmateriaal. En teenslippers, die we elk jaar vervangen. En muskietennetten, want die zijn broodnodig. We hebben ook vermolmde houten vloeren – aangetast door het jaarlijkse regenseizoen – laten vervangen door hardhouten vloeren. Bovendien hebben we die vloeren hoger laten leggen, zodat de kinderen niet meer met natte voeten in de les zitten. In de slaapplaatsen sliepen de kinderen onder een deken op het beton, ook daar hebben we houten vloeren laten leggen.”
“Er is zoveel gebeurd: infrastructuren aangepast, toiletten hygiënischer gemaakt, afvoerbuizen aangelegd, wasplaatsen vernieuwd, elk kind voorzien van persoonlijk wasgerief, zeep, medicatie, muggennetten…” 
Barre omstandigheden

 

In januari van dit jaar ontdekten Oetje en Johnny even buiten Yangon een tien jaar oud weeshuis met schooltje. Er verblijven honderdvijftig weeskinderen, en dagelijks lopen er vierhonderd kinderen uit de buurt school. Een boeddhistische non en haar jonge, enthousiaste assistente runnen het project met veel liefde, maar er is nog veel hulp nodig. Hulp die Do Well nu probeert te geven. “Ze hadden nog nooit steun gekregen van welke organisatie dan ook en waren dan ook stomverbaasd dat wij hen wilden steunen”, vertelt Oetje. “Maar we konden niet anders toen we zagen dat de kinderen er in de meest barre omstandigheden moesten overleven. Daarom hebben we dringendste noden eerst proberen te lenigen: persoonlijke verzorgingspakketten met tandenborstels, wasmiddelen, slippers, muggennetten. En slaapmatjes, omdat de kinderen er op de grond sliepen. Ook hier hebben we gezorgd dat er voor zes maanden voedsel was – rijst, bonen, droge voeding – zodat er geen tijd meer moest worden verspild met bedelen. Wat de educatie dan weer ten goede komt.”

Johnny: “We hebben vier computers geschonken met diverse lespakketten erbij. We hadden ook dvd’s van David Attenborough’s ‘Life on Earth’ meegenomen. Het was grappig om te zien hoe ze daarop reageerden: ze hadden nog nooit wilde dieren gezien. (lacht) We hebben ook vier leerkrachten kunnen vergoeden om dit jaar les te geven in Engels en Informatica, en daar komt binnenkort ook nog Chinees bij. De leerkrachten zijn erg gemotiveerd en hebben er alle vertrouwen in dat deze kinderen de volgende jaren zullen doorgroeien naar hogere studiegraden.”

Jullie hebben dus het gevoel dat jullie met Do Well een verschil maken?

Oetje: “En of, en dat geeft ons bijzonder veel voldoening. Neem nu het dak van de keuken van dit weeshuis: het was totaal lek, tijdens het regenseizoen stroomde het water zo naar binnen. Koken was eigenlijk niet meer mogelijk, en al helemaal niet hygiënisch verantwoord. Als je ervoor kan zorgen dat dit allemaal gerepareerd wordt, krijg je inderdaad het gevoel dat je een verschil maakt voor alle kinderen die er wonen.”
Maar het werk is wellicht nooit klaar.

Oetje: “Dat kan je wel zeggen. Zo is er nu weer nood aan zonnepanelen, omdat er ’s avonds geen elektriciteit is in het weeshuis.”

Johnny: “Daar zullen we onze schouders de volgende jaren moeten onder zetten, want de nood is erg groot. En wat ook altijd belangrijk zal blijven: de educatie van de kinderen. Een goede opleiding is de sleutel tot betere toekomstperspectieven.”

Geen twee problemen zijn hetzelfde. Hoe vinden jullie de juiste oplossingen?
Johnny: “Dat kon volgens ons op slechts één manier: door de noden ter plaatse te onderzoeken, da’s dan ook onze werkwijze. Elk weeshuis heeft zijn specifieke problemen, zit in een andere fase, functioneert op een andere snelheid… Daar anticiperen we op, en op die manier hebben we telkens de gepaste hulp kunnen bieden.”

Oetje: “Voor de boeddhistische school even buiten Yangon zijn er bijvoorbeeld dringend vier filmprojectoren nodig, zodat alle leerlingen tegelijkertijd naar de educatie-dvd's kunnen kijken. Dat proberen we zo snel mogelijk in orde te krijgen. Ook willen we vier naaimachines aankopen om een naaiatelier uit te bouwen.”

Johnny: “Ook hadden we graag een basisatelier opgestart met handwerktuigen voor een basisopleiding in hout en schrijnwerkerij. We willen dit later uitbreiden naar een basisopleiding voor elektriciteit, repareren van elektrische toestellen, loodgieterij enzoverder. Kortom: een kleine technische school waar de kinderen een ambacht kunnen leren om later als zelfstandige aan de slag te kunnen. Daar het onmogelijk is voor arme mensen om een fiets te kopen, willen we ook een klein atelier starten voor het ontwikkelen en bouwen van bamboefietsen die voor iedereen betaalbaar zijn. Op die manier kunnen we een aantal mensen aan een job kunnen helpen en zo de ecologie een beetje steunen daar men in de hoofdstad bumper aan bumper rijdt en de mensen hele dagen in de file staan.”
Het is duidelijk: jullie kunnen nog wel even doorgaan.

Oetje: (lacht) “Zo is dat. Maar dat kunnen we natuurlijk niet alleen, ook wij hebben hulp nodig. Dus, aan al wie dit leest: weet dat uw giften zeer efficiënt en doeltreffend worden gebruikt.”

Johnny: “Wij , maar vooral de kinderen in Myanmar zullen jullie erg dankbaar zijn! Dankzij jouw bijdragen zullen ook zij een menswaardige toekomst hebben.”



 

Deel op Facebook
Deel op Twitter
Please reload